Home

DO’s en DONT’s bij het maken van vuur

DO’s en DONT’s bij het maken van vuur

Vuur

Basisregels 

Er zijn een aantal basisregels waar je best rekening mee houdt om een veilig kampvuur te houden.

DO’S – doe dit wel!

  • Leg je stapel brandhout op een veilige afstand van het kampvuur zodat het vuur niet plots kan uitbreiden. 

  • Een natte of modderige ondergrond? Leg eerst een laag stenen/keien. Let daarbij op dat je geen natte stenen neemt. Stenen doordrongen door water kunnen door de hitte uiteenspatten wanneer het opgezogen water opwarmt tot stoom. Gebruik dus droge stenen en keien. 

  • Een droge ondergrond? Verwijder dan bladeren, dorre twijgen, dennenappels en droog gras. Op een grasplein maak je een vuurplek door graszoden uit te steken en aan de kant te leggen. Leg ze ver genoeg zodat ze niet uitgedroogd raken door het vuur zo kan je ze nadien terug op hun plaats leggen. 

  • Boord je vuur af met (droge) stenen of een greppel. 

  • Voorzie blusmiddelen bij aanvang: water, zand, blustoestellen, enz. 

  • Maak goede afspraken met de deelnemers en de begeleiders. Wat is de afstand die wordt gerespecteerd tot het vuur? Wat met rondlopen? Wie kan/mag extra hout op het vuur leggen? Wie zorgt dat het vuur nadien geblust wordt?

DONT’S – doe dit niet! 

  • Maak je kampvuur niet te groot. Met een hoogte van 2m en een diameter van 1,5m kom je al heel ver. Hou je aan deze maxima, meer hoeft het echt niet te zijn. 

  • Het kampvuur mag nooit dienen om de afval geproduceerd tijdens een kamp of vakantie te verwerken. Een kampvuur maak je van goed, droog en onbehandeld hout. Al de andere zaken hebben geen plaats op een kampvuur. Noch het afgedankte kartonnen decor (vol verf), noch de tafel waar jullie door zijn gezakt en dus niet meer mee naar huis moet, horen thuis op het vuur. 

  • Laat een vuur nooit onbewaakt achter terwijl het nog brand.

Vuur maak je zeker niet…

Qua locatie mijd je best om vuur te maken: 

  • een droge weide; 
  • in de buurt van heide, de regel blijft hier dat je 100m vanaf moet blijven; 
  • onder een boom; 
  • in een bos of natuurgebied; bij een houtstapel; 
  • wanneer er kortbij 'wind afwaarts' een bos, hooiberg of tent is; op humusrijke gronden (het vuur kan ondergronds beginnen smeulen, uitbreiden en een eind verderop weer opflakkeren);
  • in de buurt van ontvlambaar materiaal.

Er zijn ook een aantal context factoren waarbij je vuur best vermijd: 

  • Periodes van droogte. Of vuur maken mogelijk is of niet in een bepaalde periode en regio kan je via deze link terugvinden.
  • Bij felle wind of windstoten (meer dan 5 beaufort) is het ook niet aangeraden vuur te maken.