Als gebruiker van een kampplaats lig je niet wakker van de wettelijke bepalingen en normen waaraan kampplaats moeten voldoen. Dat is begrijpelijk, want de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de eigenaar. Toch kan deze info ook voor jou interessant zijn, want misschien verhuren jullie zelf jullie lokaal voor kampen en weekends? Dan zijn antwoorden op de volgende vragen wel handig: mag je zomaar overal een kamp opzetten? Moet er iets worden aangevraagd? Is de wetgeving in heel België hetzelfde of verschilt ze van regio tot regio? Wat moet je doen als kampeigenaar en waarvoor is de kamporganisatie verantwoordelijk?
Er zijn verschillende decreten die het verhuren van een weide of een lokaal bepalen, de twee belangrijkste zijn het Logiesdecreet en het decreet Toerisme voor allen. Belangrijk om weten is dat het logiesdecreet niet van toepassing is wanneer een "toeristische logie" (lees: kampwei of jeugdlokaal) niet wordt aangeboden op de toeristische markt . M.a.w. als er geen reclame voor wordt gemaakt val het niet onder deze regelgeving. Onder het maken van reclame verstaat men; het aanbieden op een website, het in een adevertentie zetten,... mond-tot-mondreclame valt hier niet onder.
Het wettelijk kader in Vlaanderen om een jeugdlokaal als verblijfplaats te verhuren soepel. Het logiedecreet [art. 3, §2, 5°] stelt het volgende. Wanneer men minder dan 60 dagen per jaar een lokaal verhuurt dan heeft men geen vergunning of erkenning in kader van ‘Toerisme voor allen’ nodig om er een jeugdgroep te laten logeren. Let wel, deze regeling is er alleen voor erkend jeugdwerk. De uitbater is wel verplicht de burgemeester hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer de locatie wordt verhuurd. Dat wil niet zeggen dat je elke keer dat het lokaal wordt verhuurd je een brief moet sturen naar de gemeente, een algemene melding is voldoende. Hierdoor mogen jeugdlokalen, zonder al te veel rompslomp, worden gebruikt als jeugdverblijf.
Het is dus aan de eigenaar om de gemeente te verwittigen wanneer jullie op kamp komen. Een gemeente kan wel extra informatie (naam verantwoordelijke, contactgegevens,aantal leden,…) vragen aan de organisatoren. Een gemeente kan ook steeds verbieden dat er in een jeugdlokaal wordt overnacht, omdat bijvoorbeeld de veiligheid of hygiëne niet kunnen worden gegarandeerd.
Voor een kampterrein is de wetgeving soortgelijk aan de wetgeving voor het verhuren van een jeugdlokaal. Het logiedecreet [art. 3, §2, 1°] bepaalt dat kampterreinen maximaal 75 kalenderdagen per jaar zonder vergunning verhuurd kunnen worden aan georganiseerde groepen. En dat in tegenstelling tot de regeling voor jeugdlokalen waar enkel erkend jeugdwerk kan overnachten in lokalen van ander erkend jeugdwerk. Daarnaast bepaalt het decreet op de ruimtelijke ordening [Titel 4. Vergunningenbeleid, art. 4.2.1. ] dat kamperen als recreatief medegebruik toegelaten kan worden in alle bestemmingszones als dat de bestemming niet in het gedrang brengt. Ook is geen (stedenbouwkundige) vergunning nodig om gedurende maximaal 90 dagen jaar tenten op een terrein te plaatsen.
Wat er in feite op neer komt dat er op elk stuk weide mag worden gekampeerd. Een eigenaar moet de gemeente wel melden wanneer er een kamp doorgaat op zijn weide en moet zich schikken naar het gemeentelijk politiereglement (als dat van toepassing is). Let wel, een gemeente kan een aanvraag om een kamp op een bepaalde weide te laten doorgaan steeds weigeren als de veiligheid of hygiëne niet kunnen worden gegarandeerd.
In de praktijk kom het dus neer op het volgende. Wanneer je tenten bijzet aan een door Toerisme Vlaanderen erkent jeugdverblijf dan mag dat voor een periode van 90 dagen per jaar, zonder dat men daarvooor een vergunning moet aanvragen. Iemand die een stuk land verhuurt aan een georganiseerde groep kampeerders mag dat doen voor een periode van maximum 75 dagen per jaar.
Ook hier kan een gemeente extra informatie vragen aan de kamporganisatie.
Onderaan deze pagina kunnen jullie een schema downloaden waarin de bovenstaande regelgeving wordt samengevat. Je kan dan makkelijk zien aan welke bepalingen je moet voldoen als je een lokaal of wei wil huren of verhuren.
Het logiesdecreet [art. 3, §2, 3°] beperkt zich hier tot een verwijzing naar de toegankelijkheidsregeling voor Vlaamse bossen en reservaten. Deze regeling creëert de mogelijkheid om op daartoe bestemde plaatsen in bossen te verblijven met maximum tien personen en drie tenten. Deze mogelijkheid richt zich vooral op rondtrekkende individuen of groepjes en is dus beperkt tot 48 uur. In Vlaanderen is er slechts één officiële bivakplaats, namelijk in het Domeinbos Hoge Vijvers in Arendonk.
De laatste tijd is er veel aan het bewegen rond regelgeving over kampen en kampverblijven in Wallonië. De Waalse regering heeft beslist dat ze, net zoals in Vlaanderen, labels gaan geven aan (jeugd)verblijven. Wettelijk is alles al geregeld, maar er moet wel nog gestart worden met de controle van de verblijven. Daarnaast willen we ook nog vermelden dat sommige gemeenten kampreglementen hebben opgesteld waarmee je rekening moet houden, deze zijn steeds strenger dan de algemene wetgeving.
Tot voor kort gold in de Franse Gemeenschap het ‘Decreet betreffende de voorwaarden voor de exploitatie van de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen’. Elk huis dat vier kamers aanbood of accommodatie voor tien personen ter beschikking stelde en dat niet onder de noemer ‘sociaal toerisme’ viel, moet aan de brandveiligheidseisen van het hoteldecreet voldoen. Onder andere jeugdkamphuizen van particulieren en jeugdverblijven die aangesloten zijn bij een koepel voor sociaal toerisme (CBTJ, les Auberges de Jeunesse …) waren niet onderworpen aan dit decreet.
De nieuwe wetgeving rond jeugdverblijven legt voornamelijk de eigenaar enkele zaken op, zoals rond brandveiligheid. Jeugdgroepen zullen niet zo veel hinder ondervinden van de nieuwe reglementering. In de nieuwe Waalse regelgeving mogen eigenaars van kampgebouwen enkel nog verhuren aan jeugdbewegingen die erkent zijn door de Waalse, Vlaamse of Duitstalige gemeenschap. Het kan dus zijn dat een eigenaar vraagt aan jullie om te bewijzen dat jullie van een erkend jeugdbeweging zijn. Op die manier weten ze o.a. dat jullie een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering hebben. Om dat aan te tonen moet je niet speciaals doen, gewoon een lidkaart laten zien is al genoeg.
Ook nieuw en wel lastig is dat je een kamp moet melden bij de gemeente. Als organisator van een kamp moet je de gastgemeente op de hoogte brengen dat jullie een kamp houden op hun grondgebied. Dat moet ten laatste op de dag dat je kamp start gebeurd zijn, vroeger mag ook. Bij gemeenten met een apart kampregelement kan de meldingsdatum vroeger vallen. Tip, bij de ondertekening van het contract kan je wel aan je kampeigenaar vragen of hij de melding niet in jullie plaats wil doen. In principe geld deze meldingsplicht deze zomer al, maar omdat het te laat werd gecommuniceerd hoeft het nog niet. M.a.w. het is geen probleem als je je kamp van 2011 niet hebt gemeld aan de gastgemeente. Mocht er toch een probleem zijn, contacteer dan jullie koepel want zij weten wat er mee te doen. De koepels hebben gevraagd om deze registratieplicht ook bij de kampeigenaars te leggen, zoals in Vlaanderen het geval is. Maar het is echter nog niet zeker of dat ook zal gebeuren.
Kampterreinen voor jeugdgroepen in Wallonië vallen onder ongeveer dezelfde regeling als in Vlaanderen. Het verschil is dat er in Wallonië gedurende maximum 60 dagen per jaar mag worden gekampeerd door georganiseerde groepen en dit in Vlaanderen gedurende maximum 75 dagen is. Indien uitbaters van Waalse kampterreinen dus langer dan 60 dagen willen verhuren aan georganiseerde jeugdgroepen, wordt een vergunning vereist. Ook hier moet je als kamporganisator aan de gastgemeente laten weten dat je een kamp organiseert op hun grondgebied.
In de Oostkantons is de wetgeving rond kampen veel strenger en gelden de regels rond kampen van het Waalse gewest niet, want de Duitstalige gemeenschap is hiervoor verantwoordelijk. Bovendien heeft elke gemeente zijn eigen kampreglement. Daarom is het aan teraden om voor je kamp zeker en vast eens langs te gaan op het gemeentehuis.
Voor meer info kan je terecht bij het Commissariat General Au Tourisme (CGT), tel: 081 32 56 27