Met materiaal uit de natuur kan je je creativiteit botvieren. Natuurlijk laat je alles intact. Breek geen levende takken af en pluk geen paddestoelen. Met dorre bladeren kan je collages of postkaarten maken. Rijg afgevallen bladeren aan een slinger en laat hem wapperen aan je vlaggenmast. Vuurwerk imiteer je door gekleurde linten aan eikels, kastanjes of denappels vast te knopen en die in de lucht te gooien. Uit een stevige rechte tak kerf je een prachtige wandelstok.
Voel een boom! Laat een geblinddoekte speler een boom betasten. Als hij of zij denkt de boom in de vingers te hebben, ga dan enkele meters terug, draai de geblinddoekte enkele keren in het rond en neem de blinddoek weg. Kan hij de boom terugvinden?
Nestje maken: Laat kinderen met een hand een snaveltje maken voor hun neus; de andere hand houden ze op hun rug. Met hun snaveltje verzamelen ze materiaal (takjes, blaadjes, sprietjes) om een nestje te maken. Hun voeten (pootjes) mogen ze ook gebruiken.
Leuk om tijdens een dauwtrip te doen: ‘s morgens vroeg hoor je bijvoorbeeld veel meer vogels zingen. Probeer te tellen hoeveel soorten je hoort. Misschien herken je een vogel aan zijn geluid? Kan je de geluiden ook nabootsen? Als je in een dichterlijke bui bent, kan je er misschien zelfs een gedichtje over schrijven.
Leg een varenblad op een vel papier. Hoe warmer, hoe vlugger de sporendoosjes opengaan. Je kan dan de sporen zien liggen. Het lijkt wat op stof.
Rozenbottels kan je aan een draad rijgen om een originele ketting te maken.
Maak inkt van galappels! Doe wat galappels in een potje met enkele verroeste spijkers en giet er wat water op. Wacht een paar dagen af …
Dierensporen vereeuwigen: Op een wandeling kom ja al makkelijk een pootafdruk van een of ander dier tegen. Dit kan je makkelijk vereeuwigen. Er is maar weinig voor nodig: een reep karton van 40 op 10 cm, een paperclip, een kommetje, gips en water. Maak met het karton en de paperclip een kokertje. Giet water in een oud kommetje, doe er gips bij en meng tot een gladde pap zonder klonters. (Goed onthouden: eerst water, dan gips!) Duw het kokertje lichtjes in de aarde, met het spoor (of prent) mooi in het midden. Giet het papje meteen in de kartonnen vorm en wacht tot alles droog is (gaat supersnel!). Het veldwerk zit erop. Je afdruk is nu nog bol. Thuis doe je nog een keer precies hetzelfde om een echt spoor te verkrijgen. Smeer het origineel wel eerst in met zeep, anders plakt de tweede laag aan de eerste. Gooi het eerste afgietsel niet meteen weg: als je er verf opstrijkt, wordt het een stempel. Je kunt er bijvoorbeeld geschenkpapier mee bedrukken.
Geef je hoofdkussen of je kleerkast een zomers geurtje! Laat geurige planten en bloemblaadjes (lavendel, roos, kamperfoelie, munt, citroenmelisse, rozemarijn, tijm …), samen met stukjes sinaasappel- en citroenschil, drogen. Naai van een fijne stof een zakje en vul het met de gedroogde bloemblaadjes en planten. Versier het zakje en maak er een echt kampaandenken van. Zo droom je thuis nog maanden van de zomer, met deze kampgeuren onder je hoofdkussen!
Knutsel met afvalhout (paletten) nestkastjes in elkaar en versier ze. Nadien kan ieder zijn kampnestkastje mee naar huis nemen; een leuk aandenken aan het natuurkamp. Hier vind je verschillende plannetjes.
Nestkastjes ophangen is leuk en nuttig. Door het verdwijnen van oude woningen, bomen en struiken hebben vogels in de stad het vaak moeilijk om een geschikte nestplaats te vinden. Nog veel leuker is om de nestkastjes samen met de kinderen van de jeugdvereniging te maken. Als je de nestkastjes ophangt, let er dan steeds op dat je een nestkast met de invliegopening ophangt in de richting van het oosten, het zuiden of het zuidoosten. Hang je de kast met het invlieggat naar het westen bijvoorbeeld, dan kan het zijn dat de slagregen de kast onder water zet. De jonge vogeltjes lopen het risico te verdrinken; als het eieren zijn kunnen ze afkoelen en kapot gaan.
Met takken kan je de gekste natuurwezens, bosbeesten, vogelverschrikkers en sprookjeswezens creëren. Een bundel snoeihout vormt het lijf, twee uitstekende takken worden de armen, een paar graszoden dienen als haarbos, denappels worden de ogen en een snor vlecht je van stro. Ook leuk is een poortwachter aan de ingang van je kampdomein. Of knutsel met takken een toegangspoort naar het bos. Elk groepje kan een mascotte plaatsen voor de tent: een trol, een kabouter of een gremlin. Soepele twijgen zijn ideaal om insecten te vergroten: een megakruisspin, een reuzenmug, een superhooiwagen … Het lijf en de poten vorm je met buigzame wilgentenen. De vleugels van vlinders, vogels en vuurspuwende draken maak je met bladeren.
Sommige insecten wonen in holletjes of holle stengels. Je kan ze helpen met een insectenhotel. Zoek droge holle stengels bij elkaar (brandnetel, fluitekruid, japanse duizendknoop ...) en knip ze allen in stukken van 25 cm. Bind ze tot een busseltje en maak een lus van het ene uiteinde naar het andere zodat je het in een struik kan hangen op een zonnige plek. Al snel komen er insecten zoals solitaire bijen (die wonen niet samen zoals de honingbij) eitjes in leggen. Sommige van hen metselen het nadien zelfs toe!
De grotere kampdeelnemers kunnen aan de slag met houtstammetjes, beitel, hamer en natuurlijke verf om een mooie totem te maken.
Met bosgrond of klei uit de beek kan je dieren boetseren. Een hoopje grond wordt een egel met stekels van dennennaalden. Of een schildpad, met als pantser een mozaïek uit stukjes schors. De voegen vul je op met dikke modder. In de klei kan je voetsporen afdrukken van een verschrikkelijk bosmonster.
Of wat dacht je van een persoonlijk kampkleitegeltje? Iedere kamdeelnemer krijgt een brok klei die hij kneedt en rolt tot een 2 cm dikke plak (rond, vierkant ….) iets groter dan zijn/haar hand. Vervolgens maakt ieder zijn/haar handafdruk in de kleitegel en laat je het drogen in de zon. Eenmaal droog kan het geverfd worden. Vergeet niet naam en datum op de achterkant te zetten. Dit wordt een leuk item om mee te nemen naar huis en is (vele jaren later) goed voor heel wat jeugdsentiment …
Lichaamsversiering
Bodypainting met modder en aardepapjes … Laat je inspireren door de aboriginals. Versier jezelf en je vrienden met zand, leem, bosgrond of klei. Bessensap zorgt voor een felle kleurtoets tussen al die aardetinten. Ringen, halskettingen en armbanden maak je uit kleefkruid, boomvruchten, madeliefjes, pluimpjes en bladeren die je aan elkaar vlecht met dennennaalden. En wat dacht je van een pruik uit gras, strovlechtjes, een masker uit een stuk afgevallen schors? Besluit je natuurcreativiteit met een mister- en missverkiezing. Wie is de knapste natuurfee of hipste bosbink?
Natuurdecor
Elke ochtend slaapwandel je van je tent naar de beek, om een frisse snoet te halen. En plots … staat er een inktzwam. Of liever, die inktzwam stond er al altijd, maar jij had hem nog niet gezien met je slaapogen. Maar vandaag zie je hem wel, gewoon omdat één van de jongste kinderen er gebiologeerd naar kijkt … Soms heb je iets of iemand nodig om de details in je omgeving te zien. Om je blik te richten. Een goeie techniek om details onder de aandacht te brengen, is ze inlijsten. Heb je een knoestige stronk ontdekt die op een hertenkop lijkt? Maak er dan een kader omheen, en verras de andere voorbijgangers. Je hangt een lange band behangpapier aan een borstelsteel. In het midden schilder je een schilderijomlijsting. De rechthoek daarbinnen knip je uit. Hang je kader voor een mooi plekje in het landschap.
Natuurverf
Voor je knutselwerken gebruik je best verf op waterbasis, of beter nog, natuurverf. Deze laatste is veilig en spaart scheikundige oplosmiddelen uit. Natuurverf wordt immers gemaakt van plantaardige of natuurlijke stoffen. Ze is niet alleen milieuvriendelijk, maar ook mens- en kindvriendelijk. Een wandeling door de natuur levert je materiaal op voor alle kleurtjes van de regenboog:
Stamp het plantenmateriaal zeer fijn en kook het even in wat water tot je een dik papje verkrijgt. Hoe minder water, hoe intenser de kleuren. Voor extra fijne verf giet je de pap door een zeef. Experimenteer door verschillende tinten te mengen. Met dikke verf schilder je duidelijke lijnen, met dunne verf schilder je aquarellen.
Met de plantenextracten kan je ook textiel kleuren. Neem natuurlijke stoffen zoals wol, zijde, katoen of linnen. Synthetische vezels absorberen de verf niet of nauwelijks. Neem een zelfde hoeveelheid plantenmateriaal en textiel, bijvoorbeeld honderd gram katoen en honderd gram vlierbessen. Voeg een tiende deel aluin (in dit voorbeeld tien gram) en eventueel wat wijnsteenzuur (drie gram) toe. Beide stoffen koop je in de apotheek, bij de drogist of in de natuurwinkel. Zet alles net onder water en kook het geheel een halfuur tot een uur. Kleur liever een oud T-shirt dan een nieuwe wollen trui. Wol krimpt wanneer je het kookt. Meer uitleg in Loslopend Wild
Als oplosmiddel gebruikt men terpentijn, dat wordt gewonnen uit hars van pijnbomen. (Niet te verwarren met terpentine, een milieuonvriendelijk product op basis van aardolie dat wordt gebruikt in alkydverven of zogenaamde 'solventgedragen' verven).
Naast natuurverf voor knutselactiviteiten bestaat er ook natuurverf voor het schilderen van grote oppervlakten. Hier vind je meer informatie.
Let wel: onbruikbare, vloeibare of opgedroogde resten van alle mogelijke verfsoorten horen bij het Klein Gevaarlijk Afval (KGA)! Bewaar ze in de milieubox en breng ze later naar het containerpark.
Het 'gewone' afval dat elk gezin dagelijks produceert, kan eveneens spel- en knutselmateriaal opleveren. Mits wat creativiteit kan je er heel wat mee doen. Afval voorkomen blijft onze topprioriteit maar hetgeen er is willen we zoveel mogelijk recupereren en recycleren. Met kurken, flesdoppen en kroonkurken maak je de bedieningstoetsen van je teletijdsmachine. Lege conservenblikken bewaar je voor het 'ballenkraam’ tijdens de Vlaamse kermis. Het stoffen balletje vervang je door een denappel ...
Stel alle werken tentoon en organiseer een heuse vernissage van je kunstexpositie, waarbij iemand van de leiding als recensent optreedt. (Wie heeft er zin om Jan Hoet te imiteren?) Trakteer jezelf op een drankje en een hapje.
Nieuw papier uit oud papier
Papierscheppen is een oud ambacht dat door de eeuwen heen nauwelijks is veranderd. Het is vrij eenvoudig en vergt weinig materiaal. Papierscheppen is goed voor een namiddag vol knutselplezier, variatie en experiment. Bovendien ervaar je aan den lijve hoe afval wordt gerecycleerd. Het ‘nieuwe’ papier kan dienen als briefpapier, voor menukaarten of kampaandenkens.
Lampionnetje uit melkbrikken (melkbrikken zijn te vermijden, maar als je ze dan toch hebt …)
Snijd de bovenkant van het melkbrik open en spoel ze zorgvuldig uit. Versier het melkbrik met verf, tekeningen of gekleurd papier. In de twee grote zijkanten snijd je (klusje voor de leiding) een liggende H, waarvan de onderste snede op 3 cm van de bodem is. Zo krijg je een venster met 2 luikjes die opengeklapt kunnen worden. Zet een theelichtje in je lampionnetje en klaar is kees. NOOIT brandende lampionnetjes in je tent zetten of onbewaakt achterlaten.
Masker van eierdoos
Je snijdt of knipt twee eierdopjes uit een eierkarton, zorgende dat ze nog aan elkaar vast hangen. De randen knip je mooi rond of glad en je knipt de 'bodempjes' uit de eierdopjes (dit worden de gaatjes om door te kijken). Met een smalle driehoek karton kan je nog een neus vouwen en eraan vast nieten (onder en tussen twee dopjes). Het geheel kan je verven en versieren met bladeren of ander materiaal uit het bos, wol, veren. Een elastiekje eraan en klaar!
Rupsje van eierdoos
Je snijdt of knipt een rij van eierdopjes uit een eierkarton. De randen knip je mooi rond of glad en aan een kant knip je het randje wat bij zodat het een 'hoofdje' krijgt. Het geheel verf je en aan een kant 'plant' je twee mooie voelsprieten. Je rups is klaar.
Kroonkurkeninstrument
Kroonkurken heb je snel verzameld. Maak er een gaatje in met een nagel en vervolgens kan je ze nagelen op een latje of aan een touwtje rijgen en je instrument is klaar. Het latje is om mee te schudden; het touwtje bind je om een pols of enkel … En dan gaan we dansen!