Natuur-kampliedjes
Bij een kamp hoort een kampliedje. Maak er dit jaar een natuur-kamplied van. We geven jou een paar bekende meezingers (pdf, 77 KB) met een natuurlijk tintje, die je met een beetje fantasie snel omvormt tot een fantastisch natuur-kamplied.
Brandhout sprokkelen
Sprokkel geen hout zonder de toestemming van de terreineigenaar en het Vlaamse of Waalse Agentschap voor Natuur en Bos. Ga je in Vlaanderen op kamp? Dan kan je toestemming voor het sprokkelen van hout aan het ANB vanaf 1 mei aanvragen via het online aanvraagformulier. Let op: dit moet minstens 35 dagen op voorhand gebeuren. Op deze website vind je ook de (mail)adressen en telefoonnummers van het ANB en van de Waalse ‘chefs de cantonnement’.
Wist je dat dood hout heel belangrijk is voor het leven in het bos? Daarom gebruik je beter niet meer hout dan strikt noodzakelijk. Spreid je sprokkelactiviteiten over een grotere oppervlakte in plaats van één plek volledig leeg te roven. Zo blijft er zeker voldoende dood hout liggen.
Hout moet “krak” zeggen als je het breekt. Pas dan is het droog genoeg om goed te branden. Groen, levend hout geeft veel rook en brandt heel slecht omdat het vol sap zit. Levende bomen of struiken omhakken voor je vuur is nutteloos. Het is bovendien verboden. Dood hout dat op de grond ligt, is vaak nat aan de buitenkant. Toch brandt het beter dan levend hout. Vochtig hout kan je drogen aan de rand van een tafelvuur of eronder. Je kan het ook klieven. De kern is meestal droog. Als je weinig droog hout vindt, gebruik je het droogste hout om je vuur te ontsteken. Zodra het fel brandt, gooi je er vochtiger hout op.
Papier en aanmaakblokjes
Papier is géén goede vuuraanmaker. Het brandt te snel en de temperatuur van de vlammen is te laag om het hout te doen ontbranden. Je papier is meestal al opgebrand vooraleer het hout vuur vat. Gebruik zoveel mogelijk natuurlijke vuuraanmakers of tondels. Synthetische aanmaakblokjes die je in de winkel koopt, kosten onnodig geld en zijn erg vervuilend. Er bestaan milieuvriendelijke vuuraanmakers op basis van karton en paraffine. Je kan ze kopen of zelf maken. We geven jou enkele ideeën.
-
Verzamel schors, gestolde harsdruppels, dennennaalden …en je hebt meteen een tondel!
-
Drenk fijn brandbaar materiaal (stukjes katoen, watten, karton, houtkrullen …) in gesmolten paraffine. Laat de paraffine stollen en drogen, verpak ze droog en neem ze zo mee op tocht of op kamp.
-
Neem een stukje textiel (geen kunstvezels maar bijvoorbeeld katoen), stop dit in een metalen doosje. Sluit dit doosje af en zet het op een vuur. Na een vijftal minuten is het textiel verschroeid. Verpak deze tondel waterdicht en neem ze mee op tocht. Bij de geringste vonk zal dit stukje verschroeid textiel ontbranden.
Meer tondelideeën vind je op http://www.jeugdwerknet.be/spelen/spel/vuurtje-stoken.
Een veilig en duurzaam kampvuur
Enkele tips op een rijtje:
Vuurplaats
-
Organiseer je kampvuur uitsluitend op een plaats waar dat is toegestaan.
-
Gebruik een bestaande kampvuurkring als die er is, of stook op een zwarte stookplek van een vorig kamp, indien die zich op een veilige plaats bevindt.
-
Verwijder alle brandbaar materiaal in een straal van twee meter rond je kampvuur.
-
Blijf uit de buurt van bossen, bomen, struiken en tenten. Let op voor overhangende takken.
Veiligheid
-
Maak geen kampvuur als het erg droog is of bij winderig weer.
-
Experimenteer niet met vuurwerk of benzine. Daar zijn al veel ernstige ongevallen mee gebeurd.
-
Houd voldoende afstand van het vuur en wees voorzichtig met slaapzakken, tentzeilen en (synthetische) kleding.
-
Boord het kampvuur af met droge keien. (Natte keien uit een beekje kunnen uiteenspatten wanneer de hitte het opgezogen water omzet in stoom.)
-
Blijf altijd bij het kampvuur. Laat kinderen nooit alleen bij het vuur.
-
Plaats je houtstapel niet te dicht bij het vuur.
-
Gebruik liever geen zagen en bijlen.
-
Zet een paar emmers bluswater klaar (hemel- of rivierwater)
-
Blus het vuur na afloop volledig. Niets mag nog smeulen, roken of warmte afgeven.
Brandhout
-
Sprokkel op plaatsen waar dat mag, en neem niet meer hout dan nodig.
-
Vraag eventueel houtafval aan een houthandelaar.
-
Verbrand alleen onbehandeld hout. Het is verboden behandeld hout te verbranden. Geschilderd of gevernist hout en verlijmde houtplaten (spaander- en vezelplaten) geven immers veel rook af en bij de verbranding komen giftige gassen vrij.
-
Gebruik dood hout. Levend hout zit vol sappen, geeft nauwelijks vlammen en veroorzaakt hinderlijke rook.
-
Gebruik droog hout. Nat hout brandt slecht (weliswaar een beetje beter dan levend hout) en veroorzaakt veel rook.
-
Gebruik zachte houtsoorten, zoals naaldhout. Dat brandt sneller en geeft meer vlammen. Koken doe je daarentegen beter op hard hout, zoals beuk en eik.
-
Gooi geen dikke stammen op het vuur. Ze geven nauwelijks vlammen, geven veel rook af en kunnen nog dagenlang ongemerkt nasmeulen.
-
Gooi ongebruikt sprokkelhout verspreid terug in het bos.
Afspraken
-
Maak goede afspraken met de kinderen. Laat niet toe dat iedereen zomaar hout op het vuur gooit of brandende takken uit het vuur haalt.
-
Vermijd dat men gras, papier en afval op het vuur werpt.
-
Duid één stoker aan die zich ontfermt over het vuur.
Brandend kampvuur
-
Ontsteek je kampvuur met tondels, niet met synthetische aanmaakblokjes.
-
Houd een kampvuur beheersbaar. Grote kampvuren zijn ‘out’. Ze verslinden een massa hout, laten een zwartgeblakerde cirkel achter en de felle hitte is niet gezellig om rond te zitten. Hoe groter het vuur, hoe groter het brandgevaar.
-
Gooi niet teveel hout ineens op het vuur, maar af en toe een paar takken. Zo brandt je kampvuur gelijkmatig verder.
-
Stapel de takken in verschillende richtingen op het vuur en laat er voldoende ruimte tussen. Zo krijgt je vuur meer zuurstof en brandt het beter.
Benieuwd naar meer? dan is 'Loslopend Wild Deel II milieuvriendelijk en energiezuinig op jeugdkamp' van Steunpunt Jeugd zeker iets voor jou.