Koelkasten en diepvriestoestellen
In de keuken bespaar je veel energie door de koelkasten of diepvriestoestellen niet naast warmtebronnen te plaatsen. Anders verbruiken ze meer elektriciteit. Plaats je koelkast op de meest koele en schaduwrijke plaats in de keuken(tent). Zorg ervoor dat de achterkant van de koelkast vrijstaat, zodat de warmte die het toestel afgeeft niet blijft ‘hangen’ in de ruimte. Laat het ijslaagje dat zich in de koel- of vrieskast vormt, niet dikker worden dan één millimeter. Een ijslaag van twee millimeter veroorzaakt tien procent meer energieverbruik. Regelmatig ontdooien is een must.
Installeer je de keuken in een tent? Onderzoek dan of de koelkast en het diepvriestoestel onderdak kunnen krijgen bij de buren of de boer. In een gebouw gebruiken ze minder energie dan in een tent, zeker bij zonnig weer. Een koelkast en vooral een energieverslindende diepvriezer zijn geen absolute noodzaak op kamp. Als je dagelijks verse voeding koopt, kan er weinig bederven. Vlees kan je bijvoorbeeld elke dag afhalen bij de slager om de hoek en meteen in je braadslee leggen. De weinige levensmiddelen die je zeer koel moet bewaren, stop je in je zelfgemaakte koelkast op zonne-energie (zie verderop). Staat er een ongebruikte diepvriezer in je kamphuis? Trek dan de stekker uit. Een lege diepvriezer (vol lucht) verbruikt meer energie dan een die vol zit met etenswaren.
Vuren en gasvuren
Vuren en gasvuren plaats je uitsluitend op goed geventileerde plaatsen. Zo krijg je een betere verbranding zonder dat het tropisch heet wordt in je keuken. Té veel ventilatie neemt dan weer warmte weg. Het is niet de bedoeling dat de wind je gasvuren uitblaast. Om veiligheidsredenen bewaar je je voorraad gasflessen steeds buiten op een goed geventileerde plaats en beschermd tegen zonnestralen en spelende kinderen.
Droog
Vocht doet eten sneller bederven. Je foerage moet dus droog staan. Zout, suiker en rijst zuigen vocht uit de lucht op. Bewaar ze in afgesloten potjes of zakjes, om knaagdieren en insecten uit de buurt te houden.
Insectenvrij
Vliegen kunnen ziekten overbrengen. Houd ze op een afstand door alle voedingswaren af te dekken met deksels en schone handdoeken. Gebruik geen insecticiden, want daarvan kan je ziek worden. Bovendien worden die lieve gevleugelde beestjes op den duur bestand tegen het gif, zodat de mens steeds giftiger insecticiden moet ontwikkelen.
Gebruik liever een natuurlijke insectenverdrijver. Citroenmelisse heeft een lekkere geur, maar muggen houden er niet van. Met een pot citroenmelisse in je keuken of tent blijven de muggen zeker weg. Ook okkernootbladeren houden muggen op afstand.
Donker en koel
Levensmiddelen blijven langer goed als je ze donker en koel bewaart. Bij hoge temperaturen kunnen allerlei bacteriën zich sneller ontwikkelen. Bewaar voedsel daarom uit de zon. Droge voeding (meel, suiker, lettertjes voor de soep) hoef je niet in de koelkast te zetten, net zomin als ‘vruchtgroenten’. Tomaten, paprika’s, aubergines en courgettes zijn groenten waarvan we alleen de vrucht eten, en niet de volledige plant. Vruchtgroenten bewaar je best op een koele, donkere plaats. Een koelkast is voor hen té koud.
Koelkast
Boter, olie en margarine bewaar je in koud water of in de koelkast. Melk hoort eveneens thuis in de koelkast. Bewaar vlees en vis op de koudste plaats in de koelkast. Dat is afhankelijk van het type toestel: is het koelsysteem bovenaan, dan is het bovenaan en achterin het koelst. Zit het koelsysteem in de achterwand? Dan is de koelste plaats onderaan en achterin.
Diepvriezer
Ontdooide diepvriesvoeding mag je nooit opnieuw invriezen, tenzij het rauwe producten betreft die je hebt gekookt of doorbakken. Bereid stoofvlees, gemaakt van rauw en ingevroren vlees, mag je opnieuw invriezen.
Bereide voeding
Plaats nooit warme voeding in je koelkast. Laat alles eerst zo snel mogelijk afkoelen. Restjes uit conservenblikken schep je over in een afsluitbare doos. Een blik begint immers snel te roesten. Vlees dat goed doorbakken is, is iets langer houdbaar dan rauw vlees. De dichtgeschroeide korst houdt bacteriën langer buiten. Wees voorzichtig met het bewaren van vlees, vooral bij warm weer.
Etensrestjes bewaar je hooguit twee tot drie dagen. Als na drie dagen niemand ze heeft opgegeten, kieper je ze definitief weg. Kliekjes koel bewaren tot het einde van je kamp, met de bedoeling ze dan weg te gooien (“Want in de GFT-bak zou het al snel beginnen te stinken bij deze hitte”) is géén goed idee. Je zou toch niet willen meemaken dat jullie tieners bij een nachtelijke strooptocht jouw ‘vis-pasta-overschotje’ van een dikke week geleden zouden oppeuzelen?
Drinkwater
Bewaar drinkwater in een propere jerrycan op een koele plaats, bijvoorbeeld in een kuil. Na enkele dagen en bij warme temperaturen is het water bedorven door de ontwikkeling van bacteriën. Het water ruikt dan muf en smaakt niet meer goed.
In de hittegolf van 2003 was een fris drankje altijd welkom. Nieuwsgierig namen we een kijkje in de kampkeukens van onze gastheren en -dames. Vaak vonden we koelkasten en diepvriezers op netstroom, aangevuld met koele bergingen, koelkelders en proviandtenten.
We zijn nog steeds dankbaar voor die zalig frisse pintjes die we aangeboden kregen, vers gekoeld in de plaatselijke rivier. Origineel, creatief, milieuvriendelijk en goedkoop gekoeld! Santé.