“Koop ik mijn kampeten nog vóór het kamp, in mijn thuisgemeente? Of wacht ik met aankopen tot we in de kampgemeente zijn?" Die vraag is interessant genoeg om er even bij stil te staan. Soms is de beste oplossing een combinatie van beide. Veel hangt af van waar je op kamp gaat en hoe je erheen reist. Als je overbodig en milieuvervuilend transport wilt vermijden, kan je proberen zoveel mogelijk in je kampgemeente aan te kopen.
Ga je met het openbaar vervoer naar je kamphuis, en sleur je alle materiaal mee op de trein? Dan heb je maar weinig keuze: ofwel koop je ter plaatse je eten, ofwel heb je niets in huis. Ga je daarentegen met een bende van 150 man (en vrouw) op tentenkamp, dan liggen de kaarten helemaal anders. Als er dan toch een vrachtwagen vol tenten en materiaal naar de kampplaats rijdt, kan je die best zo vol mogelijk stoppen. Een topzwaar geladen vrachtwagen verbruikt weliswaar meer brandstof dan een minder volle vrachtwagen, maar het verschil blijft beperkt.
In je eigen gemeente ken je alle winkels. Misschien krijg je er korting van een sympathiserende handelaar. Dat maakt winkelen in je thuisgemeente erg aantrekkelijk. Toch zijn er ook nadelen aan verbonden:
Het alternatief: zoveel mogelijk aankopen in je kampgemeente. Bezoek tijdens de kampverkenning een paar winkels nabij je kampplaats en bekijk hun assortiment. Dan hoef je thuis alleen datgene aan te kopen wat niet ter plekke verkrijgbaar is. Kampeer je in het meest afgelegen plekje van België? Dan kan je je aankopen doen in een gemeente waar je doorrijdt op de heenreis. Maak een boodschappenlijst van wat je waar nodig hebt.
Als er in je kampgemeente vele winkels, landbouwbedrijven en markten zijn, bevind je je in een luxepositie. Laat je auto gerust thuis, want met rugzak, fiets en fietszakken kan je al heel wat vervoeren. Knutsel een aanhangwagentje in elkaar of trek er met de bakfiets op uit! Of laat je dagelijkse boterham brengen. Als je kampplaats op de ronde van de plaatselijke bakker ligt, krijg je elke ochtend vers brood in je schoot geworpen. Indien je met de wagen om boodschappen rijdt, zorg er dan voor dat hij tjokvol terugkomt. Neem er het kampmenu bij en doe in één rit alle inkopen voor drie dagen.
Lees ook Waar je eten kopen
Albert Einstein zei ooit: “Niets kan onze gezondheid en het voortbestaan van het leven op aarde zoveel helpen als de overgang naar een vegetarische levenswijze.” Feit is: we eten meer vlees dan goed is voor ons. Hart- en vaatziekten, te hoge cholesterol en overgewicht hangen nauw samen met een hoog vleesverbruik. Wie minder vlees verbruikt, draagt bovendien bij aan het verhogen van het dierenwelzijn.
Over het algemeen is de productie van vlees meer milieubelastend dan de productie van plantaardige producten. Veeteelt vergt veel grond, water en energie en leidt tot ontbossing, bodemerosie, klimaatswijzigingen door het broeikaseffect, vermesting, verzuring, watervervuiling en het verlies aan biodiversiteit. België is eigenlijk te klein voor de veeteelt die we hebben opgezet. We moeten veevoedergewassen invoeren uit het zuiden: maniok, soja … Daardoor zijn grote oppervlakten landbouwgrond in ontwikkelingslanden onbruikbaar voor het telen van voeding voor de lokale bevolking.
Het aantal vegetariërs is de voorbije twintig jaar sterk gestegen. Ook wordt de grens tussen ‘de echte vleeseters’ en ‘de echte vegetariërs’ erg vaag. Vele mensen eten af en toe eens vegetarisch, wat er vaak op neerkomt dat ze gewoon minder vlees eten. Overtuigde ‘veggies’ eten vegetarisch omdat ze dat lekker vinden, omdat ze niet van vlees houden, omdat ze vlees te duur vinden, omdat ze geen geslachte dieren willen eten of omdat ze de vegetarische levenswijze van thuis uit hebben meegekregen en nooit anders hebben gekend.
De kans is groot dat je kamp één of meer vegetariërs meekrijgt. Houd rekening met hun - terechte - levenskeuze. Vraag de koks dat ze een alternatief voorzien voor vlees. "Jamaar, dat vergt extra werk," zal je kookploeg misschien zeggen. Stel dan eventueel voor dat ze voor iedereen een vegetarisch maal klaarstomen, dat vergt geen extra inspanning. Organiseer een vleesloze dag. Of voorzie geen te grote porties vlees per persoon. Dat zal je minder kosten. Voor een smeuïge spaghettisaus heb je heus geen massa gehakt nodig.
Het aanbod aan vleesvervangers en vegetarische producten is erg gevarieerd. Je vindt ze niet alleen in natuurvoedingswinkels, maar ook in vele supermarkten. Men beweert wel eens dat ze enorm duur zijn, maar dat klopt niet. Tofu bijvoorbeeld is erg goedkoop. Er bestaat ook kant-en-klaar broodbeleg (zoals paté van champignons of pasta van aubergines). Sommige vegetarische producten zien eruit als vlees: worsten, nuggets, gehakt, burgers (groenteburgers, gierstburgers, sojakoeken …). We zetten de meest voorkomende vleesvervangers op een rijtje:
Tofu (ook wel tahoe genoemd) is gemaakt van sojamelk waaraan men stremsel toevoegt. Tofu is een goedkope, gezonde vleesvervanger met een hoog eiwitgehalte en een laag vetgehalte. Zoals alle plantaardige producten bevat het geen cholesterol. Tofu is uiterst geschikt om te marineren. Het heeft zelf weinig smaak en neemt erg gemakkelijk de aroma's over van andere ingrediënten. Je kan tofu kopen die al een smaakje meekreeg (gerookt, met tuinkruiden, kerrie …).
Seitan is een eiwitrijk product met een vezelstructuur die gelijkt op die van vlees. Met tarwemeel bereidt men brooddeeg, dat men vervolgens kneedt tot de gluten vrijkomen uit de tarwe. Die tarwegluten worden gekookt in een bouillon van sojasaus, kombu (zeewier) en gember. Dat geeft seitan zijn hartige smaak.
Quorn smaakt naar kip en heeft een vleesachtige structuur. Het wordt gemaakt van een soort paddestoel, die men kweekt via fermentatie (vergelijkbaar met het productieproces van kaas en yoghurt). Quorn-producten vind je in allerlei vormen: burgers, worsten, gehakt …
Tempeh is een eiwitrijk vleesalternatief gemaakt van gegiste gele sojabonen. Het bevat veel mineralen (vooral ijzer en calcium) en is licht verteerbaar. Tempeh wordt meestal in plakjes gesneden en gebakken of gefrituurd.
Paddestoelen hebben veel lekkere toepassingen in de keuken. Hun hoge voedingswaarde (rijk aan eiwitten, mineralen en vitaminen) maken ze een ideaal alternatief
EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) lanceerde 'Donderdag Veggiedag'. Hierbij moedigt ze iedereen aan om een keer per week vegetarisch te eten. Probeer het zelf ook eens op kamp. Op de website van de vereniging kan je trouwens een heleboel lekkere recepten terugvinden.
Er bestaan meer bioproducten dan je misschien zou denken: fruit, groenten, melk, vlees, vleesvervangers, eieren, noem maar op. Ook het assortiment verwerkte producten wordt steeds ruimer: biobrood, biokaas, biovruchtensappen, bioburgers, biobier ... Voor de verwerking van al die biologische producten bestaan er strenge spelregels. Fervente bio-eters zweren dat bio lekkerder is. Vooral bij waterrijke groenten (zoals komkommer of tomaat) zou het smaakverschil markant zijn.
Het milieu heeft alle baat bij biologische landbouw. Er komen geen genetisch gemodificeerde organismen (g.g.o.’s), pesticiden en chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen aan te pas die het grondwater vervuilen. Dat maakt biovoeding gezonder dan andere levensmiddelen. Je krijgt meer vitamines in je lijf en minder schadelijke stoffen. Bioboeren gebruiken compost en milieuvriendelijke meststoffen en houden zo het leven op en in de bodem in stand. De bodem wordt er zelfs beter van. Als een bioboer vee teelt, houdt hij rekening met de hoeveelheid mest die de bodem kan verwerken. Het woord ‘verspilling’ staat niet in het bioboerwoordenboek!
Een biologisch eitje smaakt zoveel beter als je weet dat de kip vrij heeft kunnen scharrelen in de ren. Heel wat anders dan de krappe behuizing van een batterijkip! Dieren op een biobedrijf worden behandeld als levende wezens, niet als productiemachines. Ze mogen buiten lopen, krijgen biovoer te eten en van antibiotica is geen sprake. Als je dierlijke bioproducten koopt, draag je een steentje bij tot het streven naar meer dierenwelzijn.
Vele kamporganisatoren aarzelen om bioproducten te kopen vanwege de meerprijs. Het klopt dat bioproducten vaak duurder zijn dan andere, en dat is ook logisch. De biologische landbouw is kleinschaliger en er komt meer handarbeid aan te pas. Wieden duurt nu eenmaal langer dan spuiten. Natuurlijk zijn de biogroenten uit je vaders moestuintje erg goedkoop.
Het grootste gamma biologische producten vind je in natuurvoedingswinkels en bij bioboeren met een uitgebreide thuisverkoop. Supermarkten bieden steeds meer biologische producten aan. Ook het aantal bioslagers groeit. Op www.biodichtbijhuis.be kan je zoeken naar een biowinkel in de buurt van je kampplaats.
Biologische voeding op kamp is geen kwestie van alles of niets. Je kan bijvoorbeeld alle vlees bij de plaatselijke bioslager kopen of de meeste groenten en fruit bij de bioboer.
Biologische producten herken je aan een label of aan het opschrift ‘biologisch’, ‘ecologisch’ of ‘organisch’. Deze drie termen zijn in België beschermd voor alle plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen. Als je die termen aantreft op een verpakking, mag je er zeker van zijn dat je een bioproduct in handen hebt. Ook de naam of het codenummer van de controleorganisatie staat vermeld op het etiket. In België gaat het om ‘Blik’ of code ‘BE-2’ en ‘Ecocert’ of code ‘BE-1’. Ook verwerkte producten (bijvoorbeeld koekjes) met minstens 70 % bio-ingrediënten mogen de term biologisch dragen op hun etiket. Dan moet expliciet aangegeven zijn om hoeveel procent het gaat.
Elke groente en elke fruitsoort groeit normaal gesproken slechts in een bepaalde periode van het jaar. In de winkels merk je daar weinig van. Doordat groenten en fruit worden ingevoerd uit heel de wereld, hebben we nauwelijks nog voeling het natuurlijke ritme van zaaien en oogsten.
De komkommertijd duurt van juni tot september, asperges vind je enkel in mei en juni. Aardappelen, wortelen, uien en prei zijn er bijna het hele jaar door. De lange wintermaanden bieden verrassend veel meer dan kolen, witloof en wortelen. Raapjes, pastinaak, roodlof, schorseneer, veldsla, rode biet, warmoes en pompoen zijn misschien wat in de vergeethoek geraakt, maar ze maken je winterschotels smaakvol én kleurrijk.
Seizoen- en streekgebonden producten kopen is voordelig voor onze boeren en interessant voor jezelf en voor je portemonnee. Fruit en groenten zijn plukvers, dus ze smaken op hun best en hun prijs valt best mee. En bovendien: seizoen- en streekgebonden producten zijn milieuvriendelijk! Ze hoeven geen duizenden kilometers te reizen met vrachtwagen, boot en vliegtuig vooraleer ze in jouw winkelmandje belanden. Zet je tanden liever in een sappige peer uit de boomgaard bij de boer vlakbij dan in een ingevoerde mango van de andere kant van de wereld.
Biogroenten en -fruit kan je vaak los kopen, zonder plastic folie of andere verpakking.
Als je in de supermarkt of groentezaak een streekeigen product wilt kopen, dan moet je zoeken naar de vermelding ‘Belgisch’ op het etiket. Meer info krijg je er niet bij. Wanneer je je groenten en fruit rechtstreeks bij de boer koopt, weet je maar al te goed waar ze vandaan komen!