Voeding weggooien is altijd een beetje jammer. Etensresten zijn niet per definitie afval. Ze zijn nog altijd eetbaar, en met wat creativiteit verwerk je ze tot een vijfde maaltijd (een tussendoortje of iets lekker voor bij het kampvuur 's avonds).
Brood
Oud brood kan je toasten, roosteren en verwerken tot wentelteefjes, croque-monsieurs of broodpudding. Geroosterd oud brood kan je vermalen tot paneermeel (met de deegrol of met een glazen fles). Je kan brood in stukjes knippen en bakken in de pan, voor broodkorstjes bij de soep. Of je kan het opbakken met kandijsuiker en boter voor een knapperig bijgerechtje bij pudding of fruitsla (boerenmeisjes met sluier).
Aardappelen
Overschotjes van gekookte aardappelen kan je bakken, verwerken in omelet (zoals de echte Spaanse tortilla) of mixen in de soep (zo word je soep romiger). Ook het kookwater van de aardappelen mag in de soep, of in de saus die je met het vleesnat bereidt. Het kookwater heeft een lekkere smaak, bevat veel vitaminen en heeft de ideale temperatuur om bij de saus te roeren.
Groenten
Rauwkost bederft snel, dus aarzel niet en verwerk eventuele restjes in soepen, ovenschotels of groentetaarten. Restjes van bereide groenten voeg je toe aan de soep, aan pastagerechten, provençaalse saus of tonijn. Gekookte bloemkoolresten kan je pletten en met bieslook, tuinkers en mayonaise mengen tot een fris broodsmeersel. Een restje erwten of boontjes geeft je slaatjes een hartige toets.
Broodbeleg
Met resten broodbeleg (ham, salami, kaas, vegetarische producten) kan je lekkere salades maken door er gekookte eieren en mayonaise aan toe te voegen.
Heb je toch nog etensresten die je niet verwerkt krijgt? Geef ze dan aan je kampkippen of aan die van je kampplaatseigenaar. Zoniet gaat het prakje in de GFT-bak (Groente-, Fruit- en Tuinafval). Ongekookte, niet-bereide etenswaren mogen op de composthoop. In een compostvat wordt zelfs het taaiste groenteafval een voedingrijke bodemverbeteraar.
Etensresten verwerken is een nobele zaak. Houd wel rekening met enkele basisregels van de voedingshygiëne. Als je restjes niet op de gepaste wijze verwerkt en bewaart, riskeer je voedselvergiftiging.
Het allerbelangrijkste is dat je het voedsel, na bereiding, binnen de twee uren in de koelkast of diepvriezer plaatst (één uur bij warm weer). Een bereid gerecht dat langer dan twee uren werd blootgesteld aan kamertemperatuur, kan zoveel bacteriën bevatten dat het voedsel ongezond wordt. Het is dan onveilig. Weggooien dus!
Voedselrestjes plaats je in een schoon bord of pot, liefst afgesloten met een deksel. Bewaar ze niet in de ketel waarin ze werden bereid of op de schotel waarmee ze werden opgediend. Grote hoeveelheden voedsel verdeel je in kleine porties en leg je in schotels die maximum vijf centimeter diep zijn, zodat ze sneller afkoelen. Restjes die je op die manier bewaart, mag je binnen de twee dagen opeten. Sommige restjes zijn nog veilig na drie tot vijf dagen, maar mettertijd stijgt het risico van voedselvergiftiging. Neem liever het zekere voor het onzekere.
Als je etensresten verwerkt in sausjes en soepen, dan moet je alles flink laten doorkoken. Andere restjes verwarm je tot meer dan 75° Celsius. Roer het voedsel om zeker te zijn dat de warmte overal zit en dien je gerechten steeds dampend heet op. Etensresten mag je slechts één keer opwarmen.
Opgelet: Als een restje te lang werd bewaard, als het er vreemd uitziet of eigenaardig ruikt, gooi het dan weg. Ook bij twijfel neem je geen risico: weggooien die troep!
Hoeveelheden inschatten
Koks met jarenlange kampervaring kunnen vrij goed inschatten hoeveel ingrediënten nodig zijn voor de maaltijd. Nieuwelingen hebben het wat moeilijker. Hoeveel etensresten je overhoudt, hangt van vele factoren af. Honger is nog altijd de beste saus en die honger kan verschillen van dag tot dag. Warm weer doet minder eten. Voorkom dat je hectoliters koffie moet weggieten na het ontbijt (omdat er zoveel fervente theedrinkers in je groep zitten), dat je een hectare aardappelveld moet dumpen na het middagmaal of een halve bakkerij moet weggooien ’s avonds.
Kooklogboek
Het is een goed idee om je kookploeg een logboek te laten bijhouden. Daarin noteren ze het aantal tafelgasten, de gebruikte hoeveelheden (per persoon en in het totaal) en een evaluatie. Welk eten was er over, en hoeveel? Was er iets te krap bemeten? Was het tekort te wijten aan de grote honger na de dagtocht?
Houd het kooklogboek jaar na jaar bij en geef het door aan de kookploeg van het volgende kamp. Het is een welkome inspiratiebron boordevol richtcijfers voor eerstejaarskoks. Maak er een leuk boek van met telkens de datum en plaats van het kamp, het kampthema, de namen van de koks … Ook de financiën en rekeningetjes kan je er in kwijt.
Enkele concrete tips om etensresten te voorkomen:
Bij onze vroegere kookploeg stond de soep al tijdens het ontbijt te pruttelen. Kort voor de middag visten ze het kruidentuiltje eruit, en dan ging de mixer erin. Onze nieuwe chef pakt het anders aan: in een klein keteltje laat hij laurier, tijm en aromatische peterseliewortels sudderen, samen met groene preitoppen. (Je weet wel, de vezelige stukken van de prei die de groenteboer er altijd afhakt, tenzij je hem tegenhoudt.) Na anderhalf uur zeeft hij die bouillon en giet hem in een grotere ketel, waaraan hij de rauwe soepgroenten toevoegt. Amper twintig minuten later kunnen we de geurige soep met beetgare groentjes opdienen.